De samenstelling van de eiwitten

Eiwitten zijn grote moleculen die koolstof, waterstof, zuurstof, stikstof en soms ook zwavel bevatten. Ze bestaan uit ketens van honderden kleine bestanddelen, die aminozuren genoemd worden. Aminozuren zijn de bouwstenen van weefsels, organen, enzymen, hormonen, antilichamen enzovoorts.




Er zijn twee groepen:

EssentiŽle aminozuren - kunnen niet in het lichaam gemaakt worden van andere stoffen en moeten daarom in de voeding zitten. Arginine, methionine, histidine, fenylalaline, threonine, leucine, tryptofaan, lysine en valine voor honden. Voor katten is taurine ook een essentiŽle voedingstof en mensen kunnen zelf arginine en taurine aanmaken.

Niet-essentiŽle aminozuren - kunnen in het lichaam gemaakt worden als er voldoende bouwstoffen aanwezig zijn: alanine, asparaginezuur, aspartate, carnitine, cysteine, glutaminezuur, oxyglutaminezuur, glycocol, lycine, proline, oxyproline, tyrosine, ammoniak.

De kwaliteit van een eiwitbron wordt bepaald door de aminozuren die er in zitten en de onderlinge verhouding ervan. Het komt er op neer dat de eiwitstofwisseling wordt bepaald door het aminozuur waaraan het grootste tekort bestaat.

Zit een van de noodzakelijke aminozuren niet in het voer of zit er te weinig in, dan is het dier niet in staat om eruit te halen wat zijn lichaam nodig heeft om optimaal te functioneren. Dit heeft niet meteen gevolgen. Eerst kunnen de lichaamsvoorraden aangesproken worden en daarna kunnen de eigen lichaamseiwitten afgebroken worden om in de behoefte te voorzien.

De gevolgen van een verkeerde eiwitsamenstelling van de voeding na verloop van tijd:

Minder trek in eten.

Slechte groei.

Gewichtsverlies.

Een ruwe en doffe vacht.

Huidproblemen.

Slechte melkproductie bij moederdieren.

Zitten alle essentiŽle en niet- essentiŽle aminozuren er in de juiste hoeveelheid en de juiste onderlinge verhouding in, dan wordt het voer gebalanceerd genoemd. Om het aminozurenpatroom compleet te maken, kunnen verschillende eiwitbronnen die elkaar aanvullen gecombineerd worden.

W.F. Donath schrijft in "Wat moet mijn hond eten", dat het gebruik van eiwitten van verschillende herkomst - of een gevarieerde voeding - de meeste zekerheid geeft, dat er voldoende van alle benodigde aminozuren in de voeding zit.

Als voorbeeld haalt hij de combinatie rijst en vis aan. In rijst omtbreekt het aminozuur lysine, dat volop aanwezig is in vis: samen leveren ze alle aminozuren.

Een ander voorbeeld is de combinatie van rauwe, verteerbare botten en rauw vlees. Volgens Dr. Billinghurst ontbreekt het aminozuur methionine in botten maar er zit voldoende in het vlees om het aan te vullen. Let wel, dit geldt alleen voor rauwe, eetbare botten en vlees.

Nog een voorbeeld komt van ing. Nic. Dhont. Hij schrijft dat er geen lysine in bruin brood zit maar dat het volop aanwezig is in melkproducten. Bent u gewend uw hond smorgens wat bruin brood te geven? Doe er dan wat melk bij of kaas. Zo kan hij alle eiwitten benutten.

De biologische waarde geeft het percentage eiwitten weer, dat opgenomen en benut wordt door het lichaam en niet wordt uitgescheden. Eigenlijk is de biologische waarde van een voer belangrijker dan het eiwitpercentage, want de werkelijke voedingswaarde wordt bepaald door de verteerbaarheid van de eiwitten en niet door de hoeveelheid.

De biologische waarde wordt uitgedrukt in percentages. Het aminozurenpatroon van een kippenei is compleet - het wordt voor honderd procent verteerd en benut. Alle andere eiwitsoorten worden vergeleken met het ei en aan de hand daarvan gewaardeerd.

Na ei kan spiervlees goed benut worden en onderaan de lijst staan de granen. Er zijn meer plantaardige eiwitten dan dierlijke nodig om aan de benodigde hoeveelheid eiwitten te komen en zelfs dan ontbreken er aminozuren. Daarom is het beter om dierlijke eiwitten te voeren als hoofdbestanddeel van een maaltijd.

Stel, dat u kunt kiezen tussen een voer met 30% ruwe eiwitten waarvan 60% verteerbaar is en een voer met 22% ruwe eiwitten waarvan 95% verteerbaar is. Wat zou u liever voeren?

lijn

Mogens Eliasen over eiwitten

Vlees

Groenten en fruit

Van carnivoor tot graaneter