Voedingsrichtlijnen bij leverziekte

Een zieke lever kan zichzelf genezen met voeding en rust. Daarom is dieet een belangrijk onderdeel van de behandeling van honden en katten met een leverziekte.

Een van de eerste symptomen van een leveraandoening is slechte eetlust en braken, maar minder trek in eten kan meer oorzaken hebben en hoeft niet speciaal te wijzen naar een zieke lever. Het kan ook veroorzaakt worden door een andere aandoening.




Wordt de lever ziek als gevolg van een een aandoening elders in het lichaam, dan is het vaak voldoende om de oorzaak aan te pakken en te genezen en is het niet nodig om over te stappen op dieet voeding.

Is er wel sprake van een primaire leveraandoening , dan gaan de functies van de lever steeds verder achteruit en verergert de aandoening zonder aanpassingen in het dieet. Er komen andere symptomen bij: het dier is lusteloos, depressief en het vermagert.

Zijn er veel levercellen beschadigd, dan kan de lever het giftige afbraakproduct van eiwitten, ammoniak, niet meer omzetten in een onschadelijke stof. De ammoniak stapelt zich op in het bloed en uiteindelijk worden de hersenen, met name het centrale zenuwstelsel, beschadigd. Dit kan leiden tot epileptische aanvallen, coma en soms de dood.

Door de juiste aanpassingen in de voeding is het mogelijk om de vorming van ammoniak in de darmen zodanig te beperken, dat er weinig tot niets in het bloed terecht komt en de lever weinig tot niets hoeft te neutraliseren en om te zetten tot onschadelijke stoffen.

Eiwitten en ammoniak

Alle voedingstoffen worden in het bloed opgenomen via de darmwand en worden als eerste vervoerd naar de lever. Hier worden giftige stoffen geneutraliseerd en onschadelijk gemaakt, voordat ze via het hart naar de rest van het lichaam gepompt worden.

Een zieke lever kan zijn werk niet goed doen en is niet in staat om gifstoffen onschadelijk te maken. Dan is het belangrijk om dieet maatregelen te treffen zodat de lever niet te zwaar belast wordt en kan rusten.

Een van de stoffen die voor problemen kan zorgen is ammoniak, een afbraakproduct van de eiwitvertering. Ammoniak ontstaat tijdens de eiwitafbraak. Een deel komt voort uit de bacteriële fermentatie in de darmen en het is ook een afvalproduct van de vertering van glutaminen.

Bij het leverdieet gebruikt u hoogwaardige eiwitten van de allerbeste kwaliteit, die weinig afvalstoffen zoals ammoniak voortbrengen.


Geschikte eiwitbronnen

Rode vleessoorten en eieren produceren veel ammoniak en moeten gemeden worden.

Kip en kalkoen zonder vet en vellen zijn wel geschikt, de witte vissoorten ook. Kwark, yoghurt en tofu op basis van melk of soya zijn ook goede eiwitbronnen.

U kunt de normale hoeveelheid eiwitten blijven voeren tot uw dierenarts aangeeft dat u moet minderen.

Vlees - de meeste rauwe, natuurlijke voeders worden gemaakt met rauw vlees en orgaanvlees van rund, kip, kalkoen en schaap. Honden met een ernstige leveraandoening kunnen beter andere eiwitbronnen zoals producten op basis van melk of soya eten.

Weigert uw hond absoluut om tofu of kwark te eten, dan kunt u gekookt vlees en orgaanvlees voeren zoals kippenvlees of rundergehakt. Voer per keer niet meer dan een vleessoort, dus geen mixen.

Soya - de eiwitten van soya zorgen voor minder ammoniak in de afbraakproducten van eiwitten. Tofu is vrijwel overal verkrijgbaar, omdat het ook door mensen gebruikt wordt als vleesvervanger.

Melkproducten - zijn geen belangrijk onderdeel van de natuurlijke voeding maar de eiwitten van yoghurt en kwark zijn hoogwaardige voedingsmiddelen met veel minder ammoniak in de afbraakproducten.

Krijgt uw hond diarree na het eten van melkproducten, dan is hij gevoelig voor de lactose in de melk. U kunt dan proberen of hij wel hangop kan verdragen.

Hangop - wordt gemaakt van verzuurde melk. Tijdens de verzuring wordt de melk gesplitst in een vaste massa en een waterige massa. De vaste massa hangt u in een linnen doek tot het vocht er uit gedruppeld is.

Eieren - ze zijn niet zo geschikt voor leverpatiënten. Net als vlees zorgen ze voor veel ammoniak in de afbraakproducten van hun eiwitten.

Vet

Vet is belangrijk zolang er niet veel van gevoerd wordt en het licht verteerbare vetten en oliën zijn.

Granen = koolhydraten

Granen zijn geen vast onderdeel van BARF:

1. Ze moeten gekookt worden, anders kunnen ze niet verteerd worden

2. Ze worden afgebroken tot enkelvoudige suikers en kunnen zorgen voor overtollige gistvorming: allergische reacties, oorproblemen, huidproblemen, problemen met de gewrichten.

Toch zijn lichtverteerbare granen wel een vast en belangrijk onderdeel van de voeding van leverpatiënten. Granen leveren energie in de vorm van glucose, een belangrijke voedingstof voor de hersenen. In een gezonde lever wordt glucose gemaakt van ammoniak, in een zieke lever gebeurt dat niet.

De koolhydraten moeten van een goede kwaliteit zijn en geheel verteerd kunnen worden. Gebruikt u alleen vers gekookte rijst en havermout, geen etenswaren die al een dag in koelkast gestaan hebben.

Onverteerde resten van koolhydraten worden in de darmen gefermenteerd door bacteriën.

Bij deze fermentatie ontstaan andere bacteriën, die eiwitten en ureum afbreken waardoor er meer ammoniak gevormd wordt. De ammoniak wordt opgenomen in het bloed en zorgt voor extra inspanningen van de lever, terwijl deze juist rust nodig heeft.

Koolhydraten die geschikt zijn voor leverpatiënten zijn gekookte witte rijst, havermout, aardappelen (cassave, napi, chinese tayar) en groente.

Pasta en aardappelen in plaats van granen - Pasta, aardappelen, cassave, napi, zoete patatten en chinese tayer zijn de beste koolhydraten voor een leverpatiënt:

1. ze leveren energie in de vorm van caloriën.

2. ze fermenteren niet in de darmen - minder ammoniakvorming.

Groente

Groente is een klein, vast onderdeel van de natuurlijke voeding van honden. Ze wordt gevoerd vanwege de vitamines, mineralen en vezels die er in zitten. Veel groentesoorten helpen bij de genezing van een zieke lever en spelen daarom en belangrijke rol in het leverdieet.

Groenten zijn rijk aan minerale stoffen. Er zitten veel voedingszouten, vitaminen en andere vitale stoffen in. Ze leveren zowel voedingstoffen als geneeskrachtige stoffen, want er zijn veel groentesoorten die op grond van hun bestanddelen een geneeskrachtige werking hebben.

Rauw of gekookt - niet te veel soorten groente tegelijk, wissel ze af. Afwisseling is belangrijk.

Het beste is om steeds een gedeelte van de groente rauw te geven. Zo trekt u zoveel mogelijk profijt van de geneeskrachtige werking.

Wilt u de groente liever gekookt voeren, stoof ze dan even. Dat is beter dan ze te laten koken in heet water. Gebruik zoveel water als nodig is om de groente smakelijk te bereiden en gooi het nat niet weg. Er zitten belangrijke, opgeloste bestanddelen in.

Welke groenten - in rauwe toestand zijn bijna alle groenten gezond. Zelfs witte kool of andere koolsoorten, die gekookt veel darmgassen veroorzaken, kunnen rauw goed verdragen worden.

Bonen, gewone erwten en vroege erwten moeten bij leverstoornissen liever worden vermeden. De vertering ervan is zwaar voor de zieke lever. Nuttig zijn ook in het wild groeiende planten.

Goed voor de lever zijn bittere salades zoals molsla, witlofsla en andijviesla. In Suriname sopropo en welder sopropo, bitawiri, sisibi wiri. Bittere stoffen hebben een heilzame werking op de lever.

Wortels en pampoen zijn een geneeskrachtig voedsel voor de lever, net als artisjok en venkel.

Brandnetel, paardebloembladeren en daslook zijn voorbeelden van groenten uit de vrije natuur, die waardevol zijn voor de lever.

Fruit en vruchten

Bron: Dr. Vogel

Citrusvruchten - sinaasappels en citroenen zijn niet geschikt en moeten gemeden worden, zelfs bij tijdelijke leverstoornissen.

De bittere stoffen van de grapefruit hebben wel een goede uitwerking op de lever en daarom kan grapefruit wel gegeven worden.

Pitvruchten - appels kunnen niet door elke lever verdragen worden en zieke dieren kunnen moeilijk aangeven dat ze zich niet lekker voelen na het eten van een appel. Daarom voorzichtig uitproberen met een beetje fijn geraspte, zachte appel.

Peren zijn niet geschikt, omdat ze de urinewegen prikkelen. Dit heeft een ongunstige uitwerking op de lever.

Gedroogde vruchten die bewerkt zijn met zwavel, moeten ook gemeden worden.

Onbespoten, goed rijpe kersen kunnen gegeven worden, net als gedroogde steenvruchten - zolang ze niet bewerkt zijn met zwavel.

Druivesuiker is waardevol, maar van de druiven zelf kunnen de pitten en vellen beter niet gegeten worden.

Er zijn enkele bijzondere tropische vruchten die heilzaam zijn voor de lever, zoals papaja en mango. Ananas met zijn scherp vruchtenzuur kan beter vermeden worden, terwijl bananen zeer geschikt zijn om een hongerig gevoel te stillen.